Columns

Columns van Niel van Lier
Voorgelezen in Salon Remunj van 23 september 2012

BOOK 115

In de tentoonstelling Dokumenta in Dresden is de presentatie opgenomen van de jonge Britse kunstenaar Ryan Gander (1976). In de zaal is niets te zien. Wel voel je een licht briesje. In de cataloog staan woorden als: “a light breeze blowing through the Fredericianum’s ground floor whose rooms are left almost empty. …It is not a strong wind, not immediate recognizable as artificial, but fysical enough to create a moment of wonder in the viewer while standing in what is considered the heart of Documenta. “( Informatie doorgestuurd door Jan C.M. Peeters, Baexem.)

Daar kent u misschien wel iets van terug als u denkt aan een hete, drukkende zomerse dag: opeens een paar seconden een heerlijk verkoelend briesje dat meteen weer plaats maakt voor de hitte. Soms doen zulke briesjes zich voor in onze hersens, ons gemoed of gevoel. Heel kort. Zo apart of bijzonder dat je er geen naam voor hebt en dan kun je er dus ook beter niets over zeggen.

We weten van mensen die zulke briesjes voelden ergens in hun hoofd en er wel een naam aan gaven en er vervolgens over praatten, denk aan mensen als Jezus van Nazareth, Franciscus van Assisië, Clara, Hildegard van Bingen, Ghandi, Etty Hillesum, Martin Luther King, Mandela.
De briesjes die zij voelden wisten ze zo goed onder woorden te brengen en te beleven, dat er nog altijd mensen zijn die zich er door laten aanspreken. Die mensen legden hun briesjes niet vast in een beton van woorden en gingen ze ook niet met vuur en geweld verkondigen.
Ik stel me voor dat Els Boonen ook zulke briesjes gevoeld heeft, niet te verkopen zou je zeggen en toch is zij er mee de markt op gegaan. Zij had het voordeel dat ze er een naam aan kon geven: “Dichter bij Elkaar.”
Als je tegelijkertijd kijkt naar de manier waarop mensen met elkaar omgaan, in gesprekken, in de media, dichtbij en ver weg, dan kan iemand vragen: Is het geen lachertje om aan zo iets veel tijd, werk en geld aan te besteden? Hebben we niet veel meer behoefte aan politici en economen, die niets van briesjes weten, en met onvoorstelbare getallen en modellen een betere wereld beloven te maken van onze wereld die van de ene crisis in de andere komt? Hoe lang zijn we daar al mee bezig? Els dacht anders. En op 1 en 2 september bleek zij volgens velen goed gedacht te hebben.

Door mijn kop waaien nogal eens briesjes, van allerlei aard. Zoals: woorden en uitdrukkingen als “dichter bij elkaar”, omgaan met elkaar, compassie, alleen zijn is niet goed, dat ik die steeds meer in de kranten tegen kom.
Wat me erg aanspreekt: dat wetenschappen als nanotechnologie en quantumfysica, die gaan over het onmeetbare kleine, ontdekken dat het heelal van sterrensystemen  gonst van informatie en communicatie (straling heet dat met een kwaad woord.). En dat die kosmos mogelijk “dichter bij elkaar” wil zijn en met ons, mensen, die nieuwe buren, die net een paar momenten oud zijn, kennis wil maken.

Is het een toeval dat juist in onze tijd die trouwe Hubble telescoop, die meer dan 20 jaar rond de aarde zweeft, steeds maar nieuwe, onverwachte beelden te zien geeft? Is het een wonder dat juist in deze tijd, onze tijd, bijna iedereen op aarde, of ze te eten hebben of niet, een mobieltje aan de oren heeft, “to celebrate relationships”, en dat in ieder bericht die grondboodschap van de cosmos meeklinkt en binnenkort zelfs te zien is. Een grote bijenkorf die gonst van communicatie: dichter bij elkaar.

In het voorjaar zat ik een keer in de bus. De zon stond laag en scheen fel in mijn gezicht. Ik hield mijn ogen open. Het was of de zon tegen me praatte en zei: “Door mijn licht worden jullie aardappelen rijp. Alles dat jullie eten heb ik zo ver gebracht, en ’s zomers mag ik jullie bruin bakken. En jullie hebben met elkaar contact. Ik hoor nooit wat van jullie. Dat mis ik.” Dat briesje wil ik graag letterlijk met u delen. Sinds 1 en 2 september heb ik er de woorden voor. Op die dagen  zong de volle zaal het slotrefrein mee van een lied van Ramses Shaffy, 15 keer achter elkaar “niet zonder ons.” Zou dat niet de echo zijn van een verlangen dat al 13 miljard jaar rondzoemt, sinds de oerknal?
Vandaar die lieve zachte briesjes in onze hersenen: ze willen wat mét ons en ván ons. Wij weten nu wat: “Dichter bij Elkaar.”

Ik dank u voor uw aandacht.
23 september, Orangerie, Roermond.