Welkom

WELKOM OP DE WEBSITE VAN SALON REMUNJ.

Stichting Salon Roermond biedt een podium aan beginnende en gevestigde schrijvers, musici, beeldend kunstenaars en columnisten. In samenwerking met de Gemeente Roermond en het Letterkundig Centrum Limburg organiseren wij vijf culturele zondagmiddagen gedurende het winterseizoen. De activiteiten vinden plaats in de Joep Nicolaszaal van TheaterHotel De Oranjerie, Kloosterwandplein, Roermond. Ook voor mindervaliden is de Salon bereikbaar. Aanvang is telkens om 14.00 uur. Salon Remunj is voor iedereen die geïnteresseerd is in literatuur, muziek en beeldende kunst. De entree is 5 euro.

************************************************************************************************************************************

SALON REMUNJ MAAKT MOGELIJK!
********************************************
Op *ZONDAG 5 SEPTEMBER* (14.00 uur) vindt de lang verwachte PRESENTATIE van de eerste twee deeltjes van de 'NACHTEGAALREEKS' (een gezamenlijk initiatief van het LGOG en Veldeke Limburg) plaats, in de vertrouwde Joep Nicolaszaal van Theaterhotel De Oranjerie, de thuisbasis van Salon Remunj. Dit in het kader van ons corona-initiatief: 'Salon Remunj maakt mogelijk!'
Het programma van deze feestelijke (en gratis toegankelijke) presentatie wordt nog bekendgemaakt, maar noteer deze datum alvast in uw agenda!

 

<EEN NIEUW BEGIN>

VoorjaarsSchrijfwedstrijd Salon Roermond.

Na een jaar waarin afstand en mondkapjes ons dagelijkse leven bepaalden én beperkten, is het verlangen naar een nieuwe start misschien wel groter dan ooit. Vandaar dat Stichting Salon Roermond na de geslaagde 'CoronaSchrijfwedstrijd' een nieuwe schrijfwedstrijd wil uitschrijven voor PROZAschrijvers met als thema 'EEN NIEUW BEGIN'. Het stukje proza mag niet meer dan 500 woorden tellen. De titel mag in volle vrijheid worden geïnterpreteerd. De inzending moet vóór 1 mei gestuurd worden naar het secretariaat van SR. Emailadres: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Uitslag: Half juni. Zie ook Schrijvenonline.org en Schrijverspunt.nl.

Prijzen: 300, 200 en 100 euro voor de drie beste inzendingen!

MAAK ALS SCHRIJVER JE NIEUWE BEGIN!

 

Salon Remunjs SchrijversInterview

- Met dichter Jelmer van Lenteren -

Door Mirthe Smeets*

'Toen hadden we nog nooit van corona gehoord. Wat een andere tijd was dat…'

Foto: René Frese

 

1. Goedemiddag Jelmer!

Ha Mirthe!

2. Deze biografie, door Alja Spaan geschreven van Meander Magazine, in 2018, vind ik erg leuk:

 "Jelmer Esmyn van Lenteren (Maasdijk, 1987) ziet alles zwart-wit; heeft zijn vrouwelijke kant een naam gegeven (IPA: /ˈæzmɪn/); woont op het internet en draagt op meesterlijke wijze neorealistische Sturm und Drang voor, in T-shirts met teksten als “Shakespeare hates your emo poems” onder vintage bretels."

In hoeverre is deze biografie nog van toepassing op wie jij nu bent?

Alja nam de bio deels over van iemand anders. Een ex... Dat geeft altijd een dubbel gevoel. Het is verder wel een toffe tekst, ja. Er moeten inmiddels wel wat dingen anders, maar ja, dat is altijd zo bij bio's. Ze veranderen constant.

Esmyn zou ik nu veranderen in de naam E. En dat is meteen een ode aan Mark Oliver Everett, de zanger van Eels. Briljante man. Een soloplaat van hem heet E. Ik bedenk nu net dat mijn tweede bundel zomaar nog eens J kan gaan heten... Dank voor de indirecte inspiratie!

Ik zou de biografie zelf zo formuleren:

"Jelmer E. van Lenteren (Maasdijk, 1987) vindt kleuren maar gekke aanduidingen - als geel nu echt zo vrolijk is, waarom zien heel vrolijke mensen dan niet een tintje, of twee tintjes geel? - heeft wat ooit de naam van zijn vrouwelijk kant was afgekort tot E. als ode aan Mark Oliver Everett (also known as E). Hij is van het internet terugverhuisd naar Nijmegen en draagt op niet-meesterlijke wijze toch al even geen neorealistische Sturm und Drang voor, in T-shirts met teksten was dat eerst. Nu trekt hij liever iets aan dat bij zijn maat past, een trainingsjack of oversized trui of trekt hij, gewoon omdat het hem niet lelijk staat, weleens een pak aan...

3. Je zicht gaat steeds meer achteruit. Je bent bezig met de laatste therapieën om, zo zeg je zelf, 'het stempel uitbehandeld te krijgen', omdat je graag de regie wil blijven behouden over het leven. Voor jou zou euthanasie een goede manier zijn om een humaan einde te beleven, als het nodig is. Dat is allemaal niet niks... Gelukkig is er muziek, riep je eens uit. Wat betekent Everetts muziek precies voor jou?

Everett schreef zeker op twee handen te tellen zoveel meesterwerken van liedjes waarin Jelmer zich bij vlagen bijna eng accuraat in thuis kan voelen. Bijna in alle gevallen was dat voor de band Eels en zal wie de nummers niet kent, vooral veel melancholie en depressiviteit horen in de tekst en muziek.

Mijn allerlievelingste lievelingsnummer is van The Mountain Goats. Het heet No Children en, nu ja, beluister het maar gewoon eens!' 

the mountain goats - no children - YouTube

https://www.youtube.com/watch?v=QS27S3mspjU

Dit lied duurt niet lang en er zit heel veel welgemeende haat in. Lekker is dat. Dit soort muziek, met deze emoties, heb ik soms ook wel nodig om met mijn eigen frustratie over het leven om te kunnen gaan, eerlijk gezegd.

Ik ben zeker een ander mens sinds de biografie waarin je in de eerste vraag over begint. Ik ga namelijk niet oud worden. Dat weet ik al, of dat hoop ik toch. Uitgaande van alle humaniteit geniet ik nu nog van wat er te doen is. En dat is verdomd weinig met zo'n pandemie, maar avonturen beleven zichzelf niet dus ik zoek ze graag op. Zo graag ik graag dansen, op afstand, op straat, met een maat, of als het straks weer kan, met meerdere mensen.

4. Schrijf en lees je nog veel?

Er komt een tweede bundel en vooralsnog kan ik schrijven op een computer of laptop en lees ik voornamelijk digitaal. Ik ken veel dichters en mag vaak hun zetproef of pdf lezen. Ik lees nog behoorlijk veel op die manier. Wat ik dan lees? Om maar iets te noemen: Vesper van Anne Broeksma en Parkplan van Wout Waanders. En ook voor een goed werk, zoals de door Ingmar Heytze samengestelde bloemlezing, zoals de 100 van Heytze heb ik de hoofd- en oogpijn over. Ik lees al het werk van Ingmar graag trouwens. Hij schrijft prachtig.

 5.  Hoe vaak vertoef je online?

Ik ben nog veel online, te veel naar mijn zin. Dan zit ik door slechte planning binnen, terwijl buiten de zon schijnt. Hierna heb ik nog een coachingsgesprek met iemand die wil oefenen hoe het is om mensen te helpen 'te groeien' op Instagram. Iets wat ik niet per se ambieer maar mijn account heeft toch net dat leuke aantal volgers dat ik soms denk: kom op, verdubbelen, of verviervoudigen en gaan... 

6. Je hebt inmiddels ook al een eerste poëziebundel gepubliceerd, de bundel Het is koud waar ik niet ben. Hoe vond je het om een bundel te publiceren en reacties te krijgen?

Het was een hele bevalling. Ik vond het vooral heel gaaf dat mijn 'presentatie' eigenlijk een festival geworden bleek in de Vondelbunker (Vondelbunker, Amsterdam Nederland | radar.squat.net). Er waren veel fijne mensen aanwezig. Wow, wat waardeerde ik het dat ze er waren. Dit gebeurde allemaal drie jaar geleden. Toen hadden we nog nooit van corona gehoord. Wat een andere tijd was dat…

 De mooiste reacties op de bundel zijn de erg persoonlijke, mensen die er iets uit hebben gehaald of zichzelf in een gedicht herkennen. De eerder al door mij genoemde Ingmar Heytze schreef zo'n mooie recensie dat ik hem nog altijd verdenk van gewoon even iets heel moois opschrijven over iets dat echt niet zó mooi was:

 ‘[...] Waarom is het leuk om te kijken naar mensen die moeten overleven op een verlaten eiland? Omdat je het dan zelf niet meer hoeft doen. De lezer van ‘Het is koud waar ik niet ben’ is een ramptoerist in het hoofd van de dichter. Jelmer van Lenteren doet onsentimenteel verslag van zijn binnenwereld – en van het verdwijnen van de wereld in zijn blikveld – in een warm, rijk debuut waar geen larmoyant gedicht in staat. Deze bundel vol ijzersterke zinnen is een stootkussen tussen de lezer en de wereld. Alle pijn, woede, verwarring, angst en hopeloze liefde die je zou kunnen voelen, is bezworen in deze regels. Daardoor hoef je het zelf niet meer te doen. ‘Het is koud waar ik niet ben’ is niets minder dan tot gedichten gestolde blues, en die gedichten helpen zoals de blues kan helpen. Van Lenteren biedt, bij gebrek aan een beter woord en waarschijnlijk aan iedereen behalve zichzelf, troost. Volgens mij is dat het hoogste wat een dichter kan bereiken.’ 

 Gepubliceerd zijn is tof. Ik heb laatst eindelijk een contract getekend met mijn uitgeverij Proces Verbaal, waardoor ik via Het Schrijvers Collectief kan optreden, ik geloof dat zij als soort agentschap optreden. Ik moet het allemaal nog uitvinden.

 7. Mis je het voordragen van je poëzie momenteel?

Zeker. Als er weer mag en zal worden opgetreden, sta ik vooraan om het podium te mogen beklimmen! Zo heb ik niet altijd gedacht trouwens. Vroeger vroeg ik me wel eens af waarom ik optrad. Zeker als je dan alleen in de laatste trein zat, moe, na een avond optreden met niet erg veel bekenden in de zaal. In het donker starend… Gelukkig voelt het nu anders. Ik wil optreden. Het liefst twee weken lang elke dag. Zoals we dat op Oerol deden. Daar trad je wel 21 keer op in 7 dagen tijd. Dat is nog hard werken ook, en dat mag het ook wel eens zijn.

Performen op Lowlands is ook heel erg vet. Vervolgens mag je ook backstage en kom je mooie artiesten tegen. En ook dat was hard werken. Echte telefoondraden de grond in. Alles mooi maken. De gastdichters het naar hun beste zin maken. Maar ik zal het nooit vergeten. En wie weet gebeurt het nog eens…’

8. Nu, in de coronatijd, ligt niet alleen het optreden zelf stil. Ook boekhandels en uitgeverijen hebben het moeilijk en dat heeft weer invloed op dichters. Ervaar je dat ook zo?

Ha, mijn tweede bundel komt juist in deze tijd helemaal tot stand, en wij (van poëtisch productiehuis Proces-Verbaal) zijn niet zo van het verdienen (nul zeg maar) dus wij drukken de boeken met het geld uit de verkoop van andere boeken. Onze inmiddels twee bloemlezingen van Proces-Verbaal hebben wel wat geld opgeleverd. Bovendien zijn we steeds meer Do It Yourself. We hebben Riso-printers, een binder, van alles.

Wij vermaken en redden ons wel. De kaft blijft het wel waard nog te bestellen, maar ook daar hebben we een prima plek voor. Ik heb wel toch wel erg veel last van het (bijna) niet optreden. Het is dan wel leuk om in een podcast te worden opgenomen maar daar kun je het publiek niet aan kijken.

Van de week werd ik nog gemaild of een gedicht van mij over Delft, waarvan ik zelf het bestaan vergeten was, mocht worden opgenomen door een stemacteur en zodoende in een audiotour mocht worden opgenomen. Prima natuurlijk. Een eer. En zo was ik weer een gedicht niet meer kwijt.’

9. Schrijf je over de huidige coronasituatie? 

Ik schreef een vierluik (dagen, weken, maanden en jaren) over corona, daarvan publiceerde ik denk ik de eerste twee op de site coronagedichten.nl (of zo) en dat bleek dan weer te leiden tot een bloemlezing waar het weken-gedicht nu in staat. Daarvan is ook een poster verschenen. Ik ben soms zo'n geluksvogel. Ik zal het hieronder delen. Sowieso publiceer ik veel (te veel) op Instagram en Facebook. Maar ja, ik denk ook vaak: het is maar tekst, moet ik daar op gaan zitten doen alsof het een comfortabele stoel is? Nee, delen die hap. Dan lezen mensen het tenminste.

-

Het waren weken waarin iedereen veranderde van mens

in afstandsmeter, anderhalf voor velen verder was gebleken

dan gedacht en duren gedurende het lengen steeds bleef

worden verlengd, angst niet verdween maar normaal werd.

We leerden problemen uit het verleden alsnog kennen, begrepen

hoe het voor ouders van de onze en zeker die van hen moest zijn

geweest, oorlogen, wereld en koude, crises van olie tot bank, water

stond ons tot hoger dan lippen, reddingsboten stonden blank.

Bij alle acties stroomden tranen over iedereens geïsoleerde wang

we keerden elkaar de rug niet toe en stonden samen - gepaste

distantie - sterker dan we ooit hadden gedacht, we belden, bakten

en er werd geluisterd naar podcasts, de radio en zelfs het gezag.

En zij die niet luisteren wilden, zouden wel voelen of zien hoe

door hun idioot kinderlijke gedrag een ander juist opdraaien

moest dus werden de keurslijven aangestrakt, de ondeugden

aangepakt en alles wat nodig was zo mogelijk opgehoest.

-

10. Je kwam voor in een documentaire over euthanasie (https://www.youtube.com/watch?v=IXWMIokE10Y). Je bent er open over. Maar wat moet je toch, op jouw jonge leeftijd, veel dragen. Helpt het schrijven je om dit te verwerken?

Schrijven is gewoon een must do voor me. Ik ben wel eenzaam geweest toen ik nog alleen woonde, inmiddels ben ik verhuisd naar een huis met drie huisgenotes. Gezellig, en erg dicht bij de stad. Alles is nu écht aan te lopen. Heerlijk. Ik ben niet depressief, ik heb gewoon besloten dat ik het leven niet hoef uit te spelen.

Natuurlijk klinkt het zo wel heel eenvoudig, maar ik heb vrienden, er is muziek, mijn huisgenoten zijn er. We kunnen dansen. De zon schijnt...

Ik schrijf als ik somber ben zeker ook, dan worden het geen vrolijke gedichten en andersom geldt vooral dat als ik vrolijk schrijf ik mezelf de krankzinnigheid in filosofeer of zo. Maar, nogmaals, schrijven moet. Het is geen keuze.

11. In een eerder interview vertelde je hoe je De Coninck bewondert. Lees je zijn werk nu nog? Welk gedicht blijft je raken?

Van De Coninck is Verjaardagvers mijn alltime favourite. Daarop sloeg ik eens de bundel open bij mijn broer in de kamer en huilend vertelde ik hem dat ik nog die week het verzameld werk ging kopen van deze meneer. Dat gedicht zit zó vol verdriet dat het er eigenlijk gewoon niet meer in past en er een beetje omheen is gaan draaien, evenals de rouw die je wel voelt, goed ook hoor, maar die je ook op een mooie manier durft toe te laten. Het beschrijft hoe zijn vrouw na het haar fataal geworden auto-ongeluk langs de weg ligt. Wat ze allemaal brak? Zoveel, maar vooral ook Herman. Het gaat over ogen, dat spreekt me aan. En de eindzin, hun zoontje heeft haar ogen instaan, waarmee hij zegt dat papa moet blijven. Hij zegt het, maar zij kijkt hem aan. Dan heb je mij. Verder zou ik alles lezen van Anne Broeksma, Alexis de Roode, Marieke Lucas Rijneveld, Wout Waanders debuut (hopen dat er snel een twee komt hoor), Daniël Vis, Maurits Verhoef, Joost Oomen en meer van dat soort namen waarmee ik kan blijven droppen.

12.  Houd je ons op de hoogte wanneer bundel twee er daadwerkelijk is? En waar kunnen we je volgen?

Bundel 2 (wellicht dus wel gewoon vandaag tot J gedoopt) verschijnt zeker binnen een jaar/anderhalf jaar. Ik schrijf daarnaast een roman, maar dat is een werk waarin ik me wat vergist had. Misschien breng ik een pocketje uit met de allergrappigste grapjes en/of puur éénwoordpoëzietjes, maar dat zal dan wel gewoon uit verveling een keer ontstaan als ik in ons Proces Verbaal-atelier ben.

Volgen kan je me op straat, maar liever niet te lang! Verder heet ik Jelmer van Lenteren, als je dat googlet, komt er geloof ik al aardig wat sociaals boven. Facebook. Twitter (verwacht hier heel weinig van).

 @tekstverwerker is de beste volgoptie op Instagram. Als alles goed gaat, ben ik binnenkort ook op een bijzondere manier belbaar, maar techniek en tijd staan nog even in de weg. Wordt vervolgd dus!

Ook zonder account is de Instagram-pagina van Jelmer te bekijken: https://www.instagram.com/tekstverwerker/

Drie door Jelmer geselecteerde gedichten:

* Mirthe Smeets is neerlandica en freelance journalist en afkomstig uit Valkenburg aan de Geul.

 

************************************************************************************************************************************

HET CORONAJAAR 2020.

Jammer genoeg hebben in 2020 maar 2 salons doorgang kunnen vinden: De DialekSalon van 19 januari rond Platbook 22 met als thema 'Vrieheid' en de DementieSalon van 1 maart, rond de presentatie van het boek 'De heer heeft goede zin vandaag!' van Jacques Graus. 

 

 

 

CORONAKUNSTKALENDER EN CORONAKUNSTKAARTEN!

Om kunstliefhebbers toch te laten genieten van kunst heeft Stichting Salon Roermond een twaalftal kunstenaars gevraagd om een kunstwerk te maken, geïnspireerd door de coronacrisis. En tevens als signaal aan de subsidieverleners, om te laten zien wat voor rol de kunst vervult in de maatschappij.

Van de 12 kunstuitingen zijn CoronaKunstKalenders en sets met 12 CoronaKunstKaarten gemaakt, die vanaf  1 OKTOBER voornamelijk via de kunstenaars zelf verkocht gaan worden. Voor hen is ook de opbrengst van dit kunstproject bedoeld, als steun in deze moeilijke tijd.

De deelnemende kunstenaars zijn: Joep Bertrams, Tessie Crombach, Pascal Cuijpers, Ambro Dritty, Jean Gouders, Jacques Graus, Ramses Graus, Marco Jeurissen,  Anneke Kosters, Ángeles Nieto, Debby Peeters en Jos Solberg.

De kalenders en kaarten zijn verder verkrijgbaar bij Kunsthandel NEO en Boekhandel Plantage in Roermond en natuurlijk via Salon Remunj (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. / 0475-482393.).

  Eerste exemplaar voor kunstenares Anneke Kosters.

 

 

 Ángeles Nieto toont trots haar 'Kiss 2020' in het museum van Thorn, plus de afbeeldingen in de CoronaKunstKalender en de KunstKaarten.

 

  Interview met Agnes Stijnen voor Roermond Nieuws.nl.

CORONASCHRIJFWEDSTRIJD.

In een tijd waarin afstand en mondkapjes ons dagelijkse leven bepalen én beperken, is het misschien wel belangrijker dan ooit er (samen) voor te waken dat onze creatieve geest niet aan ruimte inboet. En een samenleving te creëren waarin liefde, optimisme en hoop op betere tijden de drijvende krachten zijn.

Om die reden nodigden Salon Remunj en het Roermonds Literair Broederschap iedereen uit om mee te doen aan een CoronaSchrijfwedstrijd, met teksten van maximaal 350 woorden, handelend over de coronacrisis. In totaal waren er maar liefst 44 inzendingen, waarbij alle genres (van gedichten en verhalen tot liedteksten) vertegenwoordigd waren. Bovendien was de kwaliteit van de inzendingen boven verwachting.

De jury, die bestond uit Danny Danker, Ton van Reen en Jacques Graus, kwam tot de volgende uitslag:

 1e Prijs (300 euro): 

 PAUL CAQUELEIN met 'ONTMOETING MET GOD'
 
Hans zag in de verte een vreemd weldadig licht. Onweerstaanbaar en mysterieus. Na een lange wandeling kwam hij bij een gouden poort. ‘Ooh, u bent Hans uit Nederweert’, sprak een grijsaard met imposante baard. ‘Jazeker en wie bent u als ik vragen mag?’ ‘Ik ben Petrus en ik doe de incheck voor de hemel. Ik zie, u bent aan corona overleden. U bent echt niet de enige en u zult merken dat het hier best gezellig is.’ ‘Alle Jezus nog aan toe, ben ik dan dood meneer Petrus?’ ‘Ja, zo zou u het kunnen noemen, maar troost u, iedereen komt ’n keer aan de beurt al loopt ’t nu met de corona wel storm. Goed nieuws, ik zie op mijn scherm dat u linea recta naar de hemel mag.’ Plotseling werd Hans omringd door twee bloedmooie engelen die hem verleidelijk aankeken. Dood zijn is toch zo gek nog niet, dacht Hans. ‘U boft vandaag’, zei Petrus. ‘Iedere 1000e nieuwe bewoner mag persoonlijk een praatje maken met de Heer.’
Even later ontmoette hij God die druk bezig was in zijn laboratorium. Joviaal gaf hij Hans een hand. ‘Ja, in dit laboratorium maken we DNA, de levensbasis voor duizenden planeten waaronder jullie aarde.’ ‘Maar God’, vroeg Hans, ‘hoe komt dan in godsnaam dat DNA misbaksel covid-19 op aarde?’ God antwoordde: ‘Tja, foutje van onze afdeling experimentele genetica. Een paar engelen die dringend naar jullie planeet moesten, hebben het per abuis meegenomen. Heel vervelend allemaal, maar de slachtoffers krijgen bij mij wel een eeuwige VIP behandeling.’ ‘Kon u dan, almachtig als u bent, niet ingrijpen?’ ‘Nee Hans, als ik daar aan begin is het einde zoek; jullie hebben er zelf een zootje van gemaakt door met zoveel mensen en dieren op een kluitje te gaan wonen. Eigen schuld. Hopelijk leren jullie hiervan. Excuseer mij, ik heb nog veel te doen vandaag, want Schepper zijn geeft heel wat verplichtingen. Tot ziens Hans en veel plezier gewenst.’
Een fel licht verblindde hem. ‘U hebt geluk gehad’, sprak een man gehuld in een witte jas. ‘Uw longen zijn schoon, u mag naar huis.’
 
 
2e Prijs (200 euro):
 
Mella Klaessen met 'Äöverkantj '
 
Wie kense ‘t verzinne
Waem haaj dit väörzeen
Omdat ich van dich haoj
Moog ich dich noe neet zeen
 
Oneindig lang mer wachte
Väör onbekende tied
T jäökt mich hie van benne
Miene wilskrach bienao kwiet
 
Want kop op, bun neet zoea somber
En haoj nog effe vol
Gaeve mich gin gooje mood
En klinke laeg en hol
 
Waas d’r mer een moor
Die ich kepot kos houwe met een hamer
Ich ramde mich d’r door
 
Den klom ich äöver de prikkeldraod
Vol sjraome vol met blood
Taege baeterweite in en gooje raod
 
Gin oetzig gin bewaeging
Krampachtig in spagaat
T haet gènne zin om stil te blieve sjtaon
Omdat zoeaget neet baatj
 
Mer Kop op, bun neet zoea somber
En zet nog effe door
Huur ich amper van zoea wied eweg
En klinke wrang en zoor
 
Ich blief zitte hoea ich zit
Aafgezunjerd en allein
Met mien gezondj verstand jop 1,5 maeter
 
Wach ich noe mer aaf
Raap ich mich weer bie-ein
Mer soms den dink zich, is dit echt waal baeter
 
Waas d’r mer een moor
Die ich kepot kos houwe met een hamer
Ich ramde mich d’r door
 
Den klom ich äöver de prikkeldraod
Vol sjraome vol met blood
Taege baeterweite in en gooje raod
 
Deej ich net of ich niks wos
Miene kop deep in t zandj
En den rende ich zoea snel as ich mer kos
nao d'n äöverkantj
 
***
 
3e Prijs (100 euro):
 
Annette Akkerman met 'Een ommetje'
 
Trea schuifelt door de verlaten gang. Ze loopt tot de deur zonder iemand tegen te komen. De deur gaat vanzelf open. Het lijkt wel het begin van een sprookje en ze heeft niet eens een spreuk hoeven te zeggen. Ze heeft zin in een ommetje. Dat is goed voor haar benen. Ze duwt de rollator door de deur. Ze wil naar het parkje, waar ze altijd komt met haar hondje Pip. Trea kijkt even om zich heen. Is ze nu Pip vergeten? Ze draait zich om, om hem te halen. Ze wacht tot de deur vanzelf opengaat. Er gebeurt niets. Er hangt een briefje op: ‘Geen toegang voor bezoek vanwege de Coronacrisis’. Vreemd, ze wil toch helemaal bij niemand op bezoek.
Het parkje is niet ver. De lucht ruikt zo heerlijk fris. Daarbinnen stinkt het naar oude mensen. Ze gaat op een bankje zitten, want ze is moe. Er staan madeliefjes in het gras. Vroeger maakte ze altijd kransen met Elsa. Ze heeft haar al een tijdje niet meer gezien. Normaal komt Elsa elke zaterdag om krullen te zetten. Er zal toch niets met Elsa zijn?
Wat is het toch stil in het park. Er komt een man met een grote hond de hoek om. Veel groter dan Pip. Ze mist Pip sinds hij dood is. De man komt op haar af. Gelukkig blijft hij op een afstandje staan met zijn grote hond.
‘Mevrouw, wat doet u hier? U mag hier helemaal niet zijn.’
‘Waarom niet? U bent er toch ook.’
‘Alleen even mijn hond uitlaten.’
‘Ik heb ook een hond,’ liegt ze.
De man kijkt om zich heen.
‘U kunt echt beter thuisblijven. U zit in een risicogroep.’
‘U durft! Ik ben helemaal geen risico. Ik heb mijn hele leven nog nooit iemand kwaad gedaan.’
De man heeft zich van haar afgekeerd en wenkt een agent, die in de verte loopt.
Trea zit in een politieauto. Ze schaamt zich zo en hoopt dat niemand haar ziet. De agent vraagt waar ze woont. Ze haalt haar schouders op. Ze is bang.
Was Pip maar bij haar…
 
Deze wedstrijd smaakt naar meer. Op naar het komend voorjaar, voor een nieuwe uitdaging!
 
******************************************************************************************************************************************************************************************************************